|
Het was na de val van Napoleon in 1815 dat tijdens het Congres van Wenen de grenzen binnen
Europa opnieuw getrokken moesten worden. Zo moest ook de grens tussen Pruisen en het
Koninkrijk der Nederlanden worden bepaald. (België bestond toen nog niet, dit gebied werd
grotendeels bij Nederland getrokken)
Echter in de buurt van het plaatsje Kelmis (vlakbij Moresnet) kwamen ze niet tot
overeenstemming omdat in Kelmis een belangrijke zinkmijn lag. Omdat geen van beide landen
deze belangrijke grondstof in handen van de ander wilde laten vallen hebben ze er nog een
jaar lang over moeten onderhandelen.
Uiteindelijk werd in 1816 in een apart grensverdragje, het Akens Grensverdrag (ook wel het
'Verdrag der Grenzen' genoemd), maar besloten het gebied (de Mairie Moresnet) als volgt in
drieën te verdelen. Het plaatsje Moresnet kwam bij Nederland, het
huidige Neu-Moresnet ging als Pruisisch Moresnet naar Pruisen en het gebiedje met
daarin het plaatsje Kelmis en zijn zinkmijn kregen een neutrale status. En het was dit
laatste gebiedje met zijn status aparte dat onder de naam Neutraal Moresnet als
ministaatje verder ging, weliswaar onder gezamenlijk bestuur van een Pruisische en een
Nederlandse commissaris.
Volgens artikel 42 van het Verdrag der Grenzen moesten er binnen 2 weken na de
gebiedsoverdracht afbakeningspalen worden geplaatst. Het duurde echter tot 23 september
1818 voordat de grenspalen geplaatst waren. Met het slaan van de grenspalen, die vanaf
de Moezel genummerd waren, was men tot grenspaal 188 gekomen bij het begin
van het betwiste gebied (de zuidwestelijke punt). Vanaf dit punt werd een
dubbele rij palen geslagen met dezelfde nummering langs enerzijds de grens
tussen de Nederlanden en het neutrale gebied en anderzijds langs de grens
tussen Pruisen en het neutrale gebied. In de top van de driehoek (het
huidige drielandenpunt) was grenspaal 193 weer gezamenlijk.
Zoals uit het voorgaande duidelijk wordt lag Neutraal Moresnet in eerste
instantie ingeklemd tussen de Nederlanden en Pruisen. Neutraal Moresnet
had dus als zodanig twee keer een drielandenpunt met deze landen.
Dit veranderde echter al snel met de Belgische Revolutie in 1830. Toen
scheidde het zuidelijke deel van het Koninkrijk der Nederlanden zich af om
als de onafhankelijke staat België verder te gaan.
Het plaatsje Moresnet hoorde vanaf toen bij België. Tevens gingen de
bestuurlijke rechten die het Koninkrijk der Nederlanden over Neutraal
Moresnet had naar België.
Vanaf het moment dat de staat België een feit is, ontstaat bij Vaals
aldus een vierlandenpunt.
Opmerkelijk detail is overigens dat Nederland officieel nooit afstand
heeft gedaan van de bestuurlijke rechten over Neutraal Moresnet.
In 1869-1870 werden de houten grenspalen, welke regelmatig vernieuwd moesten worden,
vervangen door stenen palen. Deze stenen palen waren langs de Belgische grens genummerd
van I tot XXX en langs de Pruisische grens van XXXI tot LX.
Het was de zinkmijn waaraan het neutrale gebied van Moresnet zijn bestaansrecht
ontleende. De zinkmijn, die in 1805 in concessie was gegeven aan, een Luiks chemicus,
Jean-Jacques Daniel Dony, was zo belangrijk dat in artikel 31 van het Akens grensverdrag
het volgende is vermeld:
"Er wordt nog eens uitdrukkelijk overeengekomen dat een wijziging in het gezag of
regeringsbestel geenszins nadeel zal berokkenen aan de rechten van de heer Dony en Cie,
betreffende de ontginning van kalamijn, zodat zijn concessie steeds intakt zal blijven en
zij verder de voordelen en voorrechten die haar oorspronkelijk werden toegekend zal
blijven genieten. De vroegere lasten op de concessie blijven van toepassing, onder meer de
verplichting kalamijn te leveren aan de zinkfabrieken van beide contracterende partijen,
tegen de prijs gestipuleerd in de akte van concessie".
Hr. Dony, een briljant scheikundige, had de zinkmijn o.a. in
concessie gekregen vanwege zijn uitvinding van de zinkoven. Met deze "Luikse"
zinkoven kon men zinkerts omzetten in walsbaar metaalzink. Maar Dony mocht dan een
briljant scheikundige zijn, zakelijk ging het hem duidelijk minder goed af. Al in
1813 moest hij zijn belangrijkste schuldeiser, bankier Hector Chaulet, als medefirmant
accepteren. Nog in datzelfde jaar ging drie kwart van Dony's industriële eigendommen naar
François Mosselman en tenslotte ging Dony failliet.
Mosselman verwierf later alle overige aandelen van de zinkmijn en kreeg zodoende de
volledige controle over de zinkmijn. Mede ook door de erfgenamen van Mosselman, die in
1837 de "Société des Mines et Fonderies de Zinc de la Vieille
Montagne" oprichtten kwam de zinkmijn tot grote bloei totdat de mijn in 1885
volledig uitgeput was.
De Société de la Vieille Montagne was nauw betrokken bij het bestuur van het gebied.
Behalve dat enkele van de directeurs burgemeester van het gebied zijn geweest was het
gemeentehuis ondergebracht in de lokalen van de maatschappij. Tevens had de maatschappij
in 1857 de bouw van een school voor haar rekening genomen en één van de opzichters ter
beschikking van de burgemeester gesteld als veldwachter.
Het is bekend dat de maatschappij een zeer sociaal beleid voerde ten aanzien van de
bevolking. Het zorgdragen voor goede medische voorzieningen en b.v. gunstige tarieven voor
leningen zijn hier voorbeelden van.
Jean-Jacques-Daniel Dony (1759-1819)
uitvinder van de "Luikse" zinkoven.
In 1816 woonden er slechts 256 personen in het betwiste gebied. Maar met name door de
ontwikkelingen van de zinkmijn en de daaraan gekoppelde economische bloei, nam het aantal
inwoners gestaag toe. Zo konden er in 1830 al 500 inwoners geteld worden en in het jaar
1858 was dit al toegenomen tot 2572 inwoners. Van deze 2572 waren er 695 zogenaamde
'neutralen' (hoofdzakelijk nakomelingen van de eerste bewoners), 852 Belgen, 807
Pruisen, 204 Nederlanders en nog 14 immigranten uit overige landen.
Voor deze inwoners golden er nogal wat voordelen om in het Neutrale gebied van Moresnet te
wonen, alhoewel er ,met name voor de echte 'neutralen', ook wel nadelen waren.
Zo konden de bewoners tot 1847 simpel aan de dienstplicht ontsnappen (hierover later
meer). Verder mocht er tolvrij uit de omliggende landen geïmporteerd worden, waren de
belastingen zeer laag en lag het prijsniveau in Neutraal Moresnet lager en de lonen hoger
dan in de omringende landen.
Ook was het toegestaan om, weliswaar alleen voor eigen gebruik, drank te stoken. Er werden
echter zulke enorme hoeveelheden gestookt dat dit, zelfs in de 60 a 70 cafés die het
neutrale gebied rijk was, niet uitgeschonken kon worden. Het meeste werd dan ook de grens
overgesmokkeld naar met name Nederland.
Als nadeel voor de 'neutralen' kan genoemd worden dat ze bij verblijf in het
buitenland als statenloos werden beschouwd.
Volgens artikel 17 van het Verdrag der
Grenzen mocht geen van beide landen (Pruisen of Nederland en later België) Neutraal
Moresnet militair bezetten. Neutraal Moresnet mocht zelf ook geen leger hebben. Dit wilde
echter nog niet zeggen dat er dan geen dienstplicht bestond.
Volgens de akkoorden die de commissarissen hadden gesloten moesten de inwoners van
Neutraal Moresnet, zodra ze de leeftijd van 20 jaar hadden bereikt, op het gemeentehuis
komen aangeven of ze in Pruisen of Nederland (België) hun dienstplicht wilden vervullen.
Alhoewel de akkoorden al in 1823 door de beide controlerende landen werden goedgekeurd
kwam het echter, door diverse redenen, niet tot uitvoering. Pruisen had overigens ook niet
veel haast met de uitvoering ervan. Want omdat de dienstplicht in Pruisen veel langer was
dan in Nederland (België) zouden toch de meesten niet voor Pruisen kiezen.
Later heeft men nog gedacht aan een alternerend systeem waarbij de lichting van het ene
jaar in Pruisen zijn dienstplicht moest vervullen en de lichting van het volgende jaar in
België zijn dienstplicht moest vervullen. Maar omdat de kans dan bestond dat leden uit
één gezin in verschillende landen dienst moesten doen, haalde ook dit plan het niet.
Uiteindelijk kon het zo gebeuren dat iedereen tot 1847 aan de dienstplicht kon ontsnappen.
Deze omstandigheden trokken nogal wat jongeren aan uit de omringende landen die zo aan de
dienstplicht ontsnapten.
Voor de Belgische inwoners in Neutraal Moresnet veranderde dit echter in 1847. De
Belgische wet legde vanaf toen ook de dienstplicht op aan in het buitenland verblijvende
Belgen.
Pruisen deed het in 1855 iets anders. Pruisen beschouwde iemand die zich in Neutraal
Moresnet ging vestigen niet meer als een emigrant, mede ook omdat Pruisen zich het gebied
toch altijd al wilde toe-eigenen. Deze regel werd echter pas in 1875 van kracht.
Uiteindelijk bleven alleen de echte 'Neutralen" ook na 1875 van de dienstplicht
gevrijwaard.
Een beschrijving van de geschiedenis over Neutraal Moresnet zou niet compleet
zijn als er niet een hoofdstuk aan de legendarische dr.Wilhelm Molly besteed zou worden.
In 1863 was, de in het Duitse Wetzlar geboren, dr. Molly in Pruisisch Moresnet komen wonen
om daar een huisartsen praktijk te beginnen.
Onder de bevolking had Molly zich al snel populair gemaakt door zijn behandelingen voor
uiterst coulante tarieven te verrichten. Toen ie ook een dreigende cholera epidemie de kop
in wist te drukken kon zijn populariteit niet meer stuk. Een benoeming tot bedrijfsarts
van de Vieille Montagne bleef dan ook niet lang meer uit.
Men zou kunnen stellen dat de geschiedenis van Neutraal Moresnet zonder de komst van dr.
Wilhelm Molly een aantal interessante aspecten zou missen.
Zo was dr. Molly de oprichter van de Kelmiser Verkehrs Anstalt. Het was niet deze
vereniging die zo bijzonder was maar des te meer de door de vereniging uitgeven postzegels
waarmee dr. Molly en zijn vrienden hun onafhankelijkheidsstreven wilden laten blijken.
Mogelijk waren ze beïnvloed door de in een aantal Pruisische steden opererende
plaatselijke postdiensten.
Toen echter de 2 commissarissen door de burgemeester van de activiteiten op de hoogte
waren gebracht werd er direct een verbodsverordening uitgevaardigd. De commissarissen
hadden hun verbod gebaseerd op het gegeven dat in Neutraal Moresnet feitelijk nog de
Franse wetgeving gold. En volgens deze Franse wetgeving (uit 1799) was de postdienst een
staatsmonopolie.
Maar de uitgifte van de zegels is slechts een detail vergeleken met de poging van dr.
Wilhelm Molly om Neutraal Moresnet tot de Esperantostaat 'Amikejo' om te dopen.
In 1906 was dr.Wilhelm Molly in contact gekomen met de Franse professor Gustave Roy.
Gustave Roy en dr. Molly, beiden verwoed esperantisten, besloten te gaan werken aan de
oprichting van een Esperantostaat. En welk gebied leende zich voor iets dergelijks meer
dan het neutrale gebied van Moresnet?
In 1908 werd in het lokaal van de schuttersvereniging een grote propagandamanifestatie
georganiseerd. De hele bevolking was opgetrommeld en in de versierde zaal werden
gloedvolle betogen gehouden voor de oprichting van de Esperantovrijstaat 'Amikejo'
(=plaats van grote vriendschap). Tijdens deze bijeenkomst werd door de
mijnwerkersharmonie de, door Willy Huppermans gecomponeerde, 'Amikejo-mars' gespeeld welke
tevens als volkslied moest gaan dienen.
Na de bijeenkomst wisten vele internationale kranten inderdaad melding te maken van het
feit dat er een Esperantostaat was opgericht. Tevens werd op het Vierde Esperantisten
Congres te Dresden besloten om Den Haag te laten vallen als nieuwe vestigingsplaats voor
de wereldcentrale en in plaats daarvan voor Neutraal Moresnet te kiezen.
Dr. Wilhelm Molly (1838-1919)
Verkreeg van België het 'Croix Civique'
Pruisen maakte hem drager van de Kroonorde en de Rode Adelaarorde.
Tevens promoveerde Pruisen dr. Molly van Sanitätsrat tot Geheimrat.
Met eigen postzegels, eigen volkslied en een eigen wapen mocht
natuurlijk een eigen vlag niet ontbreken in Neutraal Moresnet. De
oorsprong van de vlag met 3 horizontale banen in de kleuren zwart, wit en
blauw in niet helemaal duidelijk.
Hoewel men zou kunnen vermoeden dat de kleuren zijn samengesteld uit het
zwart-wit van Pruisen en het Nassau-blauw van de Nederlanden om daarmee de
beide oorspronkelijk (tot 1830) beherende landen te zinnebeelden moet het
toch waarschijnlijker worden geacht dat de kleuren zijn overgenomen uit
het embleem van de Vieille Montagne.
Feitelijk was het bestaansrecht van Neutraal Moresnet geëindigd bij het uitgeput
raken van de zinkmijn in 1885. Vanaf die tijd zal voornamelijk Pruisen weer meer pogingen
dan voorheen gaan doen om de 'tijdelijke' status van Neutraal Moresnet te
beëindigen. Met doet van alles om België zover te krijgen dat ze willen gaan
onderhandelen. Omdat dit allemaal niet snel genoeg gaat, gaat men tot regelrechte
sabotageacties over. Zo worden rond 1900 door Pruisen de elektriciteits- voorzieningen
afgesneden en telefoonverbindingen gekapt. Zelfs de aanleg van nieuwe leidingen over
Belgisch gebied probeert men tegen te houden. Verder probeert men de aanstelling van
nieuwe gemeenteambtenaren etc tegen te werken.
De bewoners van Neutraal Moresnet die de bui al voelen hangen dienden al in maart 1897 een
verzoekschrift in om aanhechting bij België in geval van afschaffing van het
neutraliteitsstatuut.
In augustus 1914 gaan echter die dingen gebeuren die uiteindelijk tot het einde van het
neutrale gebied van Moresnet zullen gaan leiden. Rond die tijd n.l. concentreren er zich
Duitse troepen langs de grens en op 8 augustus trekken de Duitse troepen op door de
Luikerstraat richting Luik. De neutraliteit van België behoort dan tot het verleden en de
bewoners van Neutraal Moresnet beseffen zich terdege wat dit voor Neutraal Moresnet kan
gaan betekenen.
Opmerkelijk genoeg beschouwde Pruisen in eerste instantie Neutraal Moresnet gewoon, net
als België, als bezet gebied. Men lijfde het niet direct in terwijl ze het toch altijd
wel al als Duits gebied hadden beschouwd. Er werd in 1915 zelfs een Duitser (Dr. Bayer)
benoemd die de taken van de Belgische commissaris overnam. In hetzelfde jaar 1915 werd
echter Dr. Bayer weer uit zijn functie ontheven, en op 27 juni van dat jaar kondigde de
Pruisische regering aan, dat alleen zij de soevereiniteitsrechten op het betwiste neutrale
gebied van Moresnet zou uitoefenen.
Dit was echter onder militaire druk gebeurd en dat was in strijd met art.17 van het Akens
grensverdrag dat nu juist de uitdrukkelijke bepaling had dat Neutraal Moresnet nooit
militair bezet mocht worden door een van de toezichthoudende landen.
Het was uiteindelijk in 1919 dat krachtens het 'Verdrag van Versailles' voor Neutraal
Moresnet definitief het doek viel.
Artikel 32 van het Verdrag van Versailles
luidt:
Duitschland erkent de volkomen soevereiniteit van België
over het geheele betwiste gebied van Moresnet.

Plakkaat met daarop de vrede aangekondigd.
Tevens wordt de inwoners van Neutraal Moresnet medegedeeld
dat het einde van Neutraal Moresnet een feit is.
Neutraal Moresnet is van de landkaart verdwenen.
(klik voor vergroting)
Een klein museum (Göhlthal museum) is wat er over is van dit unieke detail uit
de Europese geschiedenis. Verder is het interessant om te weten dat van de 60 grenspalen
die ooit de grens markeerden er nog ruim 50 op hun plaats staan en aldus de vroegere grens
markeren alsof het landje nog steeds zou bestaan. Vooral deze overgebleven grenspalen
vormen een blijvende herinnering aan het eens zo bijzondere gebied.
|